Wikipedia
Volgens Wikipedia is een ingenieur een hooggeschoold persoon die wetenschappelijke kennis gebruikt en ontwikkelt om technische, natuurwetenschappelijke, technologische en organisatorische problemen op te lossen. 
 
De term "ingenieur"
Over het beroep van “ingenieur” is verhoudingsgewijs weinig gepubliceerd in vergelijking met andere beroepsgroepen. Toch kom je de term – ook in Nederland – al eeuwen tegen in diverse boeken, geschriften, kranten etc.
 
Geschiedenis
In zijn boek  “Vijfhonderd jaar geschiedenis van de ingenieur: 1500-2010” uitgegeven in 2011 noemt Noël Lagast de veelzijdige Leonardo da Vinci (1452-1519) de eerste ingenieur in Europa waaraan hij toevoegt dat “het profiel” van de ingenieur vanzelfsprekend niet vergelijkbaar is met dat van nu. Simon Stevin zou dan de eerste ingenieur zijn in de Nederlanden (1548-1620). Uit de “Resolutien van Holland” blijkt echter ondermeer dat voordat Simon op het toneel verscheen er al “hulp en adviezen” over vestingwerken werden gegeven door een ingenieur en wel “De Ingenieur van de Excellentie Prins Willem van (Oranje)Nassau”. 
 
De opkomst van de franse ingenieurs in de 18e en 19e eeuw was een stimulans voor de ontwikkeling van opleiding tot ingenieur, in het toenmalige Nederland met name onder Koning Willem I. Nog voor de ingenieur in de 20e eeuw z’n hoogtepunt van  maatschappelijk aanzien en invloed genoot beschreef bijvoorbeeld de franse Jules Verne in 1874 in zijn boek “De luchtschipbreukelingen” zijn bewondering voor het karakter van de ideale ingenieur in de persoon van de Amerikaanse Cyriel Smith (Nederlandse vertaling  1929):
 
Cyriel Smith: “Deze man afkomstig geboren in Massachussets, was ingenieur, een geleerde van den eersten rang, aan wien de regeering (der Vereenigde Staten) gedurende den oorlog het beheer der spoorwegen had toevertrouwd, en wiens strategische rol groot werd. Een echte Noord-Amerikaan, mager, lang, beenderig, stram, ongeveer vijf en veertig jaar oud, grijsde hij reeds een beertje op zijn hoofdhaar en aan zijn dikke. Hij had een van die mooie koppen, die gemaakt schenen om op munten en medailles afgebeeld te worden met vurige oogen ,een vastberaden, en het gezicht van een geleerde. Hij was een van die ingenieurs die wilden beginnen met den en het houweel te hanteeren, zoals de generaals die als gewoon  soldaat hun loopbaan begonnen. Hij bezat dan ook naast de vindingrijkheid van geest, een opperste bekwaamheid met den hand. Zijn spieren verrieden groote kracht. Waarachtig man van de daad, was hij tegelijkertijd een denker, hij handelde zonder inspanning, onder invloed een groote levenskracht, terwijl hij een doorzettingsvermogen bezat, dat alle slechte kansen ontzenuwde. Zeer onderlegd en uiterst practisch, bezat hij een groot temperament, want toch zich geheel meester blijvend, hoe ook de omstandigheden waren, vervulde hij in de hoogste mate deze drie voorwaarden na, die te zamen de menschelijke energie bepalen energieke bepalen: werkdadigheid van geest en lichaam, voortvarend in zijn verlangens, machtig van wil. En zijn devies had kunnen zijn van Willem van Oranje in de 17e eeuw: “Ik heb geen hoop noodig om te ondernemen, nòch welslagen om te volharden.” Cyriel Smith was tegelijkertijd de moed in persoon.” 
 
Voor meer informatie over de opkomst en ontwikkeling van het ingenieursberoep in Nederland wordt het boek “Ingenieur van beroep” van Prof. Harry Lintsen, medeoprichter van de Stichting Historie der Techniek aanbevolen dat in 1985 verscheen. In 2005, een jaar na de fusie tussen het KIVI en het NIRIA, verscheen van dezelfde onderzoeker/auteur  “Made in Holland: Een techniekgeschiedenis van Nederland 1800-2000”, ook een boek geschreven vanuit een passie voor techniek en gevoel voor maatschappelijke verantwoordelijkheid en de positie van de ingenieur daarin.
 
Dat in die eeuw naast de man ook de vrouwelijke ingenieur een normaal verschijnsel werd moge duidelijk zijn (foto 1952 NASA). 
 
De ingenieur in Limburg
Ook in Limburg werd de ingenieur begin 20e eeuw een factor van betekenis toen de uitbouw van verschillende infrastructuren en de kolenwinning een grote vlucht nam. Ingenieurs eerst “geïmporteerd” uit “Holland” maar later ook uit Limburg, opgeleid te Delft, Aken of Leuven en weldra ook op hoog (politiek) landelijk niveau actief. 
 
In 1916 is de VIZL opgericht om de contacten en uitwisseling van kennis van de Zuid-Limburgse ingenieurs te versterken .  Zij waren toen nog sterk op het omringende buitenland georiënteerd en dreigden door de eerste wereldoorlog in een isolement te raken (zie ook historie VIZL). Naast de VIZL zijn er nog twee specifiek op ingenieurs gerichte verenigingen t.w. het landelijke ”Koninklijk Instituut van Ingenieurs KIVI”  en de regionale "Vereniging van Ingenieurs werkzaam in de provincie Overijssel" die beiden ook een langere historie kennen.