De Ingenieur in Transitie 3

Transitie in Energie en de veranderende rol van de ingenieur 







zie gehele  presentatie Transitie in Energie

De ingenieur in transitie 2

We moeten de ingenieur vaker neerzetten als generalist

De ingenieur van de toekomst moet zichtbaarder worden, niet alleen als technisch vakspecialist maar vooral ook in zijn rol als medebeslisser en raadgever. Dat stelt Jan Reneman, voorzitter van de Raad Opleidingen van KiviNiria. 

‘Het publiek ziet de ingenieur als iemand die je nodig hebt als je al weet wat er moet gebeuren en niet als diegene die kan dienen als gelijkwaardige gesprekspartner wanneer je bezig bent met het probleem in kaart te brengen.’ Dat zegt ir. Jan Reneman, voorzitter van de Raad Opleidingen van KiviNiria en voormalig president van ingenieursbureau Oranjewoud

 

Hij stelt dat het de ingenieur van nu vooral ontbreekt aan een goed imago. De ingenieur van de toekomst moet zichtbaarder worden, niet alleen als technisch vakspecialist maar vooral ook in zijn rol als medebeslisser en raadgever. 

 

De ingenieur in de rol van generalist is niet nieuw, menig ingenieur van nu werkt al als manager. Naast elke beslisser behoort een ingenieur te staan, vindt Reneman: ‘De direct betrokkenen weten dat dit gaande is, maar voor de burger is dat niet zichtbaar genoeg.’ Ook de politiek onderkent deze noodzaak nog onvoldoende. 

 

Het imago van de ingenieur moet veranderen, meent u, maar wie gaat dat doen? 
‘De ingenieur is vaak een bescheiden mens, hij moet meer lef krijgen om zichzelf neer te zetten, maar hij kan het natuurlijk niet alleen. Ook de beroepsvereniging, de werkgevers en alle partijen die aan profilering doen kunnen zich daarvoor inspannen.’ 

 

Daarnaast ziet Reneman een grote rol weggelegd voor de hogere technische opleidingen. ‘Het imago van de techneut is dat hij oogkleppen op heeft en ongevoelig is voor de sociale context. Jongeren die op zich best warmlopen voor de bètavakken, maar die ook een bredere maatschappelijke interesse hebben, kiezen daarom juist niet voor die opleiding.’ 

 

Om die groep toch binnen te halen, moet de opleiding het imago van de ingenieur verbreden richting maatschappelijk profiel. ‘We moeten hem meer neerzetten als generalist.’ 

 

De hoofdtaak van de hogescholen blijft het opleiden in de techniek maar tegelijkertijd kunnen zij een belangrijke bijdrage leveren aan de verandering van de beeldvorming door al in de eerste leerjaren de maatschappelijke context, waarbinnen het werk van de ingenieur zich afspeelt, te benadrukken. 

 

Lees verder onder de foto

Ir. Jan Reneman, voorzitter van de Raad Opleidingen van KiviNiria en voormalig president van ingenieursbureau Oranjewoud (Nout Steenkamp/FMAX)

 

 

Volgens Reneman zijn er nu en in de toekomst twee soorten ingenieurs, de technische vakspecialist en de generalist. Die laatste moet als leidinggevende bij grote projecten, waarbij een hogere technische opleiding onmisbaar is, een brug kunnen slaan tussen belanghebbenden. De opleiding moet de studenten selecteren op geschiktheid en ze dan ook daadwerkelijk in de tweede fase van de studie in deze twee verschillende richtingen opleiden. Hij ziet daarin een rol weggelegd voor de lectoren bij hbo-instellingen, die bevorderen immers de onderzoeksvaardigheden. 

 

Reneman: ‘Dat werkt positief, omdat onderzoek start bij het beschouwen en beoordelen van de vraagstelling en de studenten zo een nieuwe houding wordt aangeleerd.’ 

 

De lectoren dienen zich vooral te richten op die vragen die tot onderwijsvernieuwing leiden. Daarbij mogen de onderzoeksprogramma’s zich niet beperken tot één opleiding maar zou men bewust moeten kiezen voor een bredere invalshoek met technische en maatschappelijke kanten. 

 

Voor de bacheloropleiding van de technische universiteiten geldt volgens Reneman hetzelfde: naast de techniek ook tegelijkertijd de maatschappelijke context benadrukken. Hij zou graag meer generalistische masteropleidingen zien vanuit een heel duidelijk technisch fundament. Daarbij noemt hij de Construction Management & Engineering opleiding van de Graduate School van de 3TU-federatie als voorbeeld. ‘Zodat studenten voor een bredere toepassing van die technische kennis terecht kunnen bij masteropleidingen van de 3TU federatie.’ 
 

 

De Ingenieur in transitie 1

Transities
Een transitie is een structurele verandering die het resultaat is van op elkaar inwerkende en elkaar versterkende ontwikkelingen op het gebied van bijvoorbeeld economiecultuurtechnologieinstituties en natuur en milieu.
Verleden
Een bekende transitie uit het verleden was de transitie van steenkool naar aardgas als belangrijkste energiedrager. Dit vergde systeeminnovaties voor aardgaswinning en distributie, woningbouwen de ontwikkeling van (huishoudelijke) apparatuur. Destijds leek het onvoorstelbaar dat steenkool niet langer gebruikt zou worden en dat aardgas de toekomst zou worden. Andere transities waren de overgang van een industriële economie naar een diensteneconomie, en de demografische transitie van een hoog naar een laag sterfte- en geboortecijfer in West-Europa tussen 1750 en 1960.
Heden en toekomst
In de huidige maatschappij worstelen diverse sectoren en domeinen - landbouwverkeer en vervoerwaterbeheerenergievoorzieningbouwsector en gezondheidszorg - met hardnekkige, langslepende problemen van 'onduurzaamheid' die alleen door middel van transities op te lossen lijken te zijn. Voor het bewerkstelligen van die transities zijn tal van samenhangende 'systeeminnovaties' nodig: vernieuwingen op het niveau van technologieën, regels en organisatievormen. Transities duren vaak lang, tot zelfs meerdere generaties, en vergen de steun en inzet van bedrijven, maatschappelijke organisaties, kennisinstellingen en burgers, als onderdelen van maatschappelijke netwerken. De afgelopen jaren is men zowel wetenschappelijk als in het beleid druk bezig met het experimenten met nieuwe vormen van sturing speciaal gericht op deze transities naar duurzaamheid, onder de noemer transitiemanagement. Ook vanuit de maatschappijworden diverse initiatieven ontplooid. Voorbeelden daarvan zijn de lokale gemeenschappen die onder de noemer van Transitiestad (Transition town) zelf aan de slag gaan om hun manier van wonen, werken en leven duurzamer te maken.

Termijn
Omdat transities structurele veranderingen zijn die een grote impact op de samenleving hebben, veronderstellen ze ook de nodige tijd om die verandering te kunnen laten plaatsvinden. Als die tijd niet beschikbaar is, en de verandering dus op korte tijd moet plaatsvinden, dan gaat ze gepaard met grote overgangsmoeilijkheden. We spreken dan eerder over een revolutie. Hopkins spreekt daarom over de nood om de verandering tijdig voor te bereiden. Hij stelt dat de maatschappij de keuze heeft om kiezen voor een transitie, waarbij de samenleving zich gedurende 1 à 2 decennia voorbereidt op een toekomst met bijvoorbeeld minder energievoorzieningen. Indien we ons hierop niet voorbereiden, en de transitie haar tijd dus niet gunnen, zal er eerder sprake zijn van een revolutie. De verandering wordt dan op een niet-comfortabele en vaak gewelddadige wijze door externe factoren opgedrongen.

bron wikipedia