“Lucht moet verbeteren tegen Corona”

Forse ingrepen zijn nodig om de volksgezondheid in Oost- Brabant en Noord-Limburg beter te beschermen. Het grote aantal corona doden laat volgens medici en politici zien dat de situatie onhoudbaar is.

DOOR RICHARD CLEVERS EN SANDER VAN MERSBERGEN

Een brede coalitie van deskundigen en belangenorganisaties roept het RIVM op haast te maken met onderzoek nu internationale studies uitwijzen dat corona meer slachtoffers maakt in gebieden met slechte luchtkwaliteit.

Brabant en Limburg nemen samen bijna 40 procent van de Nederlandse corona doden voor hun rekening, terwijl 20 procent van de Nederlanders in deze provincies woont. Vooral in het oosten van Brabant en het noorden van Limburg is de lucht­situatie slecht, onder meer door intensieve veehouderij, maar ook door industrie en verkeer.

Gezond verstand

Als zo’n onderzoek jaren duurt, is het mosterd na de maaltijd. 

Longarts Hans in ’t Veen

In hoeverre luchtvervuiling ook in Brabant en Limburg bijdroeg aan het aantal slachtoffers, naast bijvoorbeeld het carnaval, onderzoekt het RIVM. Dat onderzoek kan meerdere jaren duren. „Moet je nu het zoveelste bewijs gaan leveren voor zo’n verband, en daar een paar jaar aan verliezen, of kun je je ook baseren op gezond verstand?”, vraagt Pascal Wielders, longarts in het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven zich af. „Als zo’n onderzoek jaren duurt, is het mosterd na de maaltijd”, vult Hans in ’t Veen, longarts van het Franciscus Gasthuis & Vlietland aan. „Het moet echt sneller.”

„Meer onderzoek mag geen excuus zijn om stil te zitten”, zegt oncologisch chirurg Ignas van Bebber. „Je mag ook leren van studies uit het buitenland.” Daar komt bij dat ook zonder de corona crisis duidelijk is dat vieze lucht zorgt dat mensen meer aandoeningen hebben en eerder overlijden, zegt hij.

Onderzoekers in China, Italië en Duitsland legden inmiddels ook een direct verband tussen luchtkwaliteit en corona. Ook de gezaghebbende Harvard Universiteit vond in Amerika een verband. Onderzoekers van de Wereldbank legden de link voor Nederland. Hun conclusie: wanneer de fijnstof concentratie in een gebied met 20 procent toeneemt, vallen er bijna twee keer zo veel doden. De studies zijn snel gedaan en voldoen nog niet aan alle wetenschappelijke normen.

Hoe dan ook: een rondgang langs bestuurders, boeren en milieugroeperingen leert dat de zorgen in het zuiden groot zijn. Naast een grote veestapel kent de regio ook veel verkeer, industrie en een groot vliegveld. Ook ligt het Ruhrgebied niet ver weg. „Als de luchtvervuiling omlaag moet, moet iedereen leveren”, zegt Jeannette van der Ven, bestuurster van boerenorganisatie ZLTO. „Vee, industrie en verkeer.”

Extra bescherming

Sommige partijen willen meteen maatregelen zien. Daarmee kan niet de gezondheidsschade worden goedgemaakt, maar kan wel het besmettingsgevaar worden ingedamd. Zo pleit immunoloog Ger Rijkers voor extra bescherming voor de bevolking in de bewuste regio, bijvoorbeeld in de vorm van mondkapjes. Christian Hoebe, hoogleraar sociale geneeskunde in Maastricht en lid van het Outbreak Management Team, roept echter op tot geduld. „Goed onderzoek kost gewoon tijd. De beste bescherming voor mensen in dit gebied is dat ze zich heel goed aan de regels blijven houden.”

Conclusie

Zo snel mogelijk over gaan naar duurzaam transport met electrische aandrijving met/zonder waterstof als brandstof.

Nieuw type windturbine met verticale as  heeft geen slagschaduw en een heel laag geluidsnivo. De rotors zitten in de toren en de energie is met hydraulische overbrenging onder de toren. Vandaar het zeer lage gehuids hinder nivo.

5A525933 F33B 438D 91D6 7EF04129BBDD
0E08DF79 67E5 4D01 81AE 04146675AA5E

06107F3B 2446 49B2 BA8C 798383F4F690169D6190 1E6B 4401 9A6E 72302D67A4ADCC958BE0 D426 4561 88F7 45FC76206792D5988F7B B189 49D1 94C2 F28572096990

Fijnstof gezondheid bedreiging

Conclusie: Zo snel mogelijk naar Waterstof technologie overstappen. Transport en Industrie!

Fijn stof (of fijnstof) in de lucht kan schadelijke effecten op de gezondheid hebben. De Europese Unie heeft daarom in 1999 grenswaarden voor fijn stof (PM10 fijnstof ) vastgesteld. In 2008 is de regelgeving uitgebreid met grens- en streefwaarden voor de fijnere fractie van fijn stof (PM2,5 fijnstof ). Internationaal geaccepteerde inzichten over de gezondheidseffecten van fijn stof zijn in deze regelgeving vervat. De Europese luchtkwaliteitsnormen zijn vertaald in Nederlandse wetgeving. Deze pagina's bieden informatie over de belangrijkste aspecten van fijn stof.

Twee typen gezondheidseffecten

In Nederland leven jaarlijks enige duizenden mensen enkele dagen tot maanden korter door kortdurende blootstelling aan hoge concentraties fijn stof. Het gaat vooral om ouderen en mensen met hart-, vaat- of longaandoeningen.

Gezondheidseffecten van fijn stof kunnen ook optreden door langdurige blootstelling aan lagere concentraties. Ook als de concentraties onder de Europese grenswaarden liggen, treden nog steeds gezondheidseffecten op. Levenslange blootstelling in deze vorm kan leiden tot blijvende gezondheidseffecten zoals verminderde longfunctie, verergering van luchtwegklachten en vroegtijdige sterfte aan met name luchtwegklachten en hart- en vaatziekten.

Meten én modelleren om de luchtkwaliteit vast te stellen

De toetsing of voldaan wordt aan de grenswaarden, gebeurt aan de hand van metingen van de fijnstofconcentraties. Daarnaast worden atmosferisch-chemische verspreidingsmodellen gebruikt om de luchtkwaliteit voor fijn stof te berekenen op plaatsen waar niet wordt gemeten. Uit deze berekeningen blijkt dat in Nederland in beperkte mate overschrijding van de grenswaarden plaatsvindt. Naar verwachting zullen deze overschrijdingen binnen een aantal jaren tot het verleden behoren behalve voor jaren met ongunstige verspreidingscondities.

Verder lezen

Op deze website komen alle aspecten van de fijnstofproblematiek aan de orde. De informatie op deze en onderliggende pagina’s is bedoeld voor iedereen die is geïnteresseerd in fijn stof en de gevolgen ervan. Mocht u nog vragen hebben over fijn stof in samenhang met uw gezondheid dan verzoeken wij u vriendelijk om contact op te nemen met uw huisarts of de GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst . De webpagina’s van deze website geven een korte samenvatting en een verwijzing naar onderbouwende en verdiepende informatie die in de vorm van pdf Portable Document Format -documenten is te downloaden. Onder de uitgave 'Dossier Fijn stof' zijn al deze achtergronddocumenten bij elkaar te vinden. RIVM

Ultra fijnstof

In de omgeving van Schiphol zijn mensen bezorgd over de effecten van vliegverkeer op hun gezondheid. Het gaat daarbij vooral om de uitstoot van ultrafijn stof. Aangenomen wordt dat het inademen van ultrafijn stof schadelijk is voor de gezondheid, maar er is – ook internationaal - nog weinig wetenschappelijke kennis beschikbaar. Daarom voert het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu ) onderzoek uit naar mogelijke negatieve effecten van ultrafijnstof op de gezondheid van omwonenden van Schiphol. Hiervoor werken we samen met verschillende onderzoeksinstituten, zoals TNO, Universiteit van Utrecht-IRAS Institute of Risk Assessment Sciences  (Institute of Risk Assessment Sciences)  en Amsterdam UMC Universitair Medisch Centrum  (locatie AMC Academic Medical Center ). Ook de  plaatselijke GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst ’en werken aan dit onderzoek mee.  Om het maatschappelijk perspectief in te brengen vindt  regelmatig overleg plaats met de omgevingspartijen: KLM Koninklijke Luchtvaart Maatschappij , BARIN, Schiphol Group, Bewonersvertegenwoordigers, Milieufederatie Noord Holland, Gemeenten, Provincie Noord-Holland, Omgevingsdienst Noordzeekanaal.

Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (I&W Ministerie van Infrastructuur & Waterstaat ) heeft aan het RIVM gevraagd om onderzoek te doen naar ultrafijn stof rond de luchthaven Schiphol. We kijken naar de blootstelling van omwonenden en het effect hiervan op hun gezondheid. Het onderzoeksprogramma duurt vier jaar tot medio 2021.

Om meer te weten te komen over de effecten van ultrafijn stof op de gezondheid is het onderzoek opgedeeld in drie onderdelen. Met het eerste onderzoek ‘meten en berekenen’ willen we meer informatie krijgen over hoeveel ultrafijnstof er in de lucht is in de omgeving van Schiphol. Dit geeft informatie over de mate waarop mensen blootgesteld worden aan ultrafijnstof in de omgeving van Schiphol. Met het tweede onderzoek ‘acute effecten’ willen we meer te weten komen over of het ultrafijn stof direct effect op de gezondheid kan veroorzaken. Ook vergelijken we in deze studie de effecten van ultrafijn stof van luchtvaart met die van ultrafijn stof afkomstig van andere bronnen (met name wegverkeer). Met het derde onderzoek willen we alle opgebouwde kennis combineren in een studie naar lange termijn effecten.

Zowel de effecten van kortdurende als langdurige blootstelling worden meegenomen in het onderzoek. Ook vergelijken we de effecten van ultrafijn stof van luchtvaart met die van ultrafijn stof afkomstig van andere bronnen (met name wegverkeer).

WATERSTOF MAAKT OPGANG

Twee van die jonge bedrijven, Nedstack en Hyet Solar, zijn destijds in de laboratoria van AkzoNobel geboren en leveren een bijdrage aan de energietransitie. Ook Gasunie en TNO, vanouds vooral gericht op fossiele energie, werken aan nieuwe toepassingen van waterstof en maken de draai naar duurzame energie. Komt de waterstofeconomie er nu echt aan?

“Strikt genomen is er al een waterstof­economie”, zegt Ulco Vermeulen, lid van de raad van bestuur van Gasunie. “De industrie maakt op grote schaal gebruik van waterstof, bijvoorbeeld om zware oliefracties op te breken in lichtere of om kunstmest en andere chemicaliën te maken. Dat is natuurlijk niet zo zichtbaar voor de consument. Die denkt bij waterstof vooral aan duurzaam geproduceerde waterstof voor auto’s en niet aan de ‘grijze’ waterstof van de industrie, gemaakt van aardgas. Vaststaat dat waterstof nog belangrijker zal worden, zowel voor industrie als mobiliteit, en tegelijk steeds duurzamer.”

“De ideeën over de rol van waterstof bij de energietransitie zijn de laatste vijf jaar veranderd”, constateert Marcel Weeda, senior onderzoeker op het gebied van energietransitie bij TNO. “Eerst dachten we alleen aan windparken om duurzaam elektronen te maken en aan waterstof om die elektronen zo nodig tijdelijk op te slaan. Inmiddels beseffen we dat elektriciteit maar een deel van de energievoorziening is. Als we in 2050 bijna honderd procent minder CO2 willen uitstoten dan in 1990, dan moet de industrie ook de moleculen ‘vergroenen’ met behulp van zonne- en windenergie en geen fossiele brandstoffen en grondstoffen meer gebruiken. Waterstof speelt hierbij een sleutelrol.”

“Lange tijd werd biomassa gezien als het enige alternatief voor olie en gas in de industrie”, vervolgt Weeda. “Maar de vraag is of daarvan genoeg beschikbaar is en of het werkelijk een duurzaam alternatief is. Een andere mogelijkheid is om koolstof in een cyclus te houden, dus de koolstof uit kunststoffen te hergebruiken. Een klein deel gaat verloren en is aan te vullen met koolstof van biomassa. Om alles in een cyclus te houden moet er op bepaalde plaatsen steeds waterstof bij. Waterstof neemt dus ook bij de groene productie een belangrijk plaats in.”

 

Circulaire economie

Wat is een circulaire economie?

Een circulaire economie is een industrieel-economisch systeem waarin grondstoffen niet worden uitgeput, maar opnieuw kunnen worden ingezet voor productie of hergebruik. In deze economie bestaat (vrijwel) geen restafval. Een circulaire economie staat ook wel bekend als kringloopeconomie.

Hoe werkt een circulaire economie?

Het basisprincipe van een circulaire economie is dat alles opnieuw wordt gebruikt. Daardoor zijn er aanzienlijk minder nieuwe grondstoffen nodig. Op dit moment maken we gebruik van een hergebruik economie waarbij slechts een deel opnieuw wordt gebruikt.

Hieronder zie je wat dit in de praktijk betekent en waar de verschillen liggen. Hoe dikker de pijl, hoe groter het aandeel:

Circulaire economie